Is de wereld om ons heen echt?

Dit is een voorbeeld van een filosofische vraag waarvan ik een unheimisch gevoel kan krijgen. Niemand kan ontkennen dat de wereld om ons heen slechts een illusie van ons brein is of sterker nog dat ook jij een illusie bent van een ander wezen. Dat zou betekenen dat jij en de wereld om je heen niet echt is en alles, maar dan ook alles wat je waarneemt niet bestaat. Zelfs jij bestaat niet. Snap je wat ik bedoel met een unheimisch gevoel?

Het is onmogelijk voor mij om echt te bewijzen dat de wereld om ons heen echt is. Wel kan ik een aantal dingen op een rijtje zetten die het aannemelijk maken dat de wereld om ons heen echt is.

De wereld zoals jij die waarneemt bestaat alleen in jouw waarneming. Iemand anders neemt de wereld van een andere plek waar dan jij. Daarbij komt ook nog eens dat je niet zeker kunt zijn of iemand anders wel hetzelfde waarneemt als jij. Misschien is jouw blauw voor iemand anders paars of is wat jouw recht is voor iemand anders krom. Je kunt dus alleen afgaan op je eigen waarneming van de wereld, als je bewijst wilt vinden dat jouw waarnemingen echt zijn. Het moeilijke is dat onze zintuigen onvolledig dingen waarnemen. Ogen zien niet alles perfect, en je hersenen vullen een deel van wat je ziet zelf in. Daarbij komt ook nog dat er tijd moet zitten tussen iets wat gebeurt en dat jij dat waarneemt. Het moet immers van de plek van waarneming reizen naar de hersenen, en je hersenen moeten het vervolgens weer verwerken in een gevoel, beeld, smaak of geluid. Hetgeen wat je op dit moment waarneemt is dus eigenlijk al geschiedenis. Als je naar de klok kijkt en ziet wat voor een tijd het is, is het eigenlijk dus al een later tijdstip. Onze zintuigen zijn dus één van die dingen die aannemelijk maakt dat de wereld om ons heen echt is. Al zijn ze niet precies en onvolledig.

Daarbij komt ook nog dat jij de mogelijkheid hebt om na te denken. Dit zou je ook een zintuig kunnen noemen. Het voordeel van gedachten is dat anderen die niet kunnen waarnemen, in tegenstelling tot de wereld om je heen. Gedachten zijn dus echt iets alleen van jou. Waar anderen nooit achter kunnen komen. Daar komt ook nog eens bij dat je denkvermogen je de mogelijkheid schenkt om een mening over een onderwerp te vormen. Een mening die kan verschillen van anderen. Het punt is dat als de wereld om je heen niet echt is, je gedachten en je mening over dingen zinloos zijn. Als de wereld om je heen niet allen niet echt is, maar jij ook slechts een illusie bent, zijn je gedachten en meningen niet van jezelf. Is dat wat je als alleen van jou beschouwt, het bedenksel van iemand anders wat jou de illusie geeft van een eigen mening. Toch vind ik het aannemelijker om te denken dat de mogelijkheid gedachten te hebben en daardoor een mening te vormen, bewijs is dat de wereld om ons heen echt is.

Ten slotte is er nog een derde stelling die voor mij bewijst dat de wereld echt is. We hebben vrijwel allemaal de mogelijkheid om emoties te voelen. Te houden van een persoon. Waarom zou je in staat zijn om van iemand te houden als die persoon slechts een illusie van je brein is of sterker nog een illusie van een groter wezen die de illusie van die emotie aan jou geeft. Ik denk eerlijk gezegd dat de mogelijkheid van ons om emoties te voelen, bewijst dat de wereld om ons heen echt is. Ik denk niet dat iemand in staat is om van een persoon te houden als die persoon slechts een illusie is.

Toch geven deze dingen niet genoeg bewijs om de mogelijkheid dat de wereld een illusie van je brein uit te sluiten. Je komt in een vicieuze cirkel terecht als je op dit onderwerp doorgaat. Hoeveel ‘bewijs’ je tegen deze stelling ook vindt, niets daarvan sluit de stelling uit.

Toch is er nog een straaltje hoop. Ik kan niet bewijzen dat de wereld om je heen geen illusie van je eigen brein is. Toch denk ik bewijs te hebben gevonden om te bewijzen dat jij en jouw waarnemingen van de wereld geen illusie van een groter wezen zijn. Als dit wel zo zou zijn, waarom heb je dan de mogelijkheid om dit te denken? Het lijkt me onverstandig van dat grotere wezen om zijn illusie te laten denken dat hij slechts een illusie is. Want dan is er immers sprake van een mogelijkheid van de illusie om te weten dat hij een illusie is en dus heeft de illusie een vrije wil. Dit bewijst voor mij dat de wereld en jij geen illusie zijn van een groter wezen.

Kort samengevat: Onze zintuigen en de mogelijkheid om na te denken en emoties te voelen, maken het aannemelijk dat de wereld om ons heen echt is. Verder is er geen bewijs tegen de stelling dat de wereld om ons heen een illusie van je brein is. Dat we de mogelijkheid hebben om te denken dat de wereld en wij een illusie zijn, maakt het aannemelijk dat de wereld geen illusie van een groter wezen is.

Advertenties

Ethiek: goed en kwaad

Wat is goed en wat is kwaad?

Dit is de kernvraag van de ethiek. Als je op deze twee vragen antwoord hebt gevonden, kun je meer ethische vragen te stellen. Is het goed om dit te doen? Is het kwaad om dat te doen? Ik moet er eerst dus achter zien te komen wat goed is en wat kwaad is, voordat ik meer vragen over goed en kwaad kan beantwoorden.

Plato probeerde in zijn werk ‘Politeia’ rechtvaardig te definiëren. En hoe rechtvaardigheid te vinden is in de ideale staat. De utopie die Plato schetst in zijn werk is rechtvaardig en daarom goed. Want rechtvaardigheid staat gelijk aan goed en onrechtvaardigheid staat gelijk aan kwaad. Ik sluit me bij deze stelling aan en dus is goedheid gelijk aan rechtvaardigheid en kwaad gelijk aan onrechtvaardigheid.

Wie is alleen maar goed?

Religieuze mensen zullen deze vraag beantwoorden met God of goden. Plato zei in zijn werk ‘Politeia’ dat van God alleen goedheid kan komen. Goedheid staat gelijk aan rechtvaardigheid en dus is God ook rechtvaardig.

Toch laat God ook erge dingen toe. Waarom? Als we zeggen dat van God alleen goedheid kan komen, moeten die erge dingen dus voor het goede of rechtvaardige  dienen. Wellicht zou iets ergs kunnen gebeuren om iets anders wat velen malen erger is, te voorkomen. Wellicht zou iets ergs ook kunnen gebeuren om iets duidelijk te maken. Om de ogen van mensen te openen.

Wie is alleen maar kwaad?

Er zit ook een keerzijde aan de medaille. Zonder het kwaad, zou het goede niet kunnen bestaan. Als er alleen maar het goede bestond, zouden we niet weten dat dit goede is. Als God dus alleen maar goed is, moet er ook iemand zijn die alleen maar kwaad is.

Nu kom ik weer terug bij religie. Veel religies kennen een figuur die God bestrijdt. In het christendom bekend als de gevallen engel Lucifer. Lucifer bestrijdt God, God is alleen maar Goed. Lucifer bestrijdt het goede dus en is daarom het kwaad, en daarom onrechtvaardig.

Is de mens goed of kwaad?

Nu komen we aan bij de vraag of de mens goed of kwaad is. Geen van beiden eigenlijk denk ik. Laten we kijken naar het verhaal van Adam en Eva. God schiep de mens naar zijn gelijkenis en de mens was dus alleen maar goedheid of rechtvaardig. Adam en Eva werden verleidt door de slang, Lucifer, en gehoorzaamde God, het goede, niet en aten van de vrucht van de boom van kennis.  Op dat moment werd de mens voor het eerst gelijk aan het kwaad en dus onrechtvaardig. Toch was er een manier voor Adam en Eva om de weg terug naar God, het goede, te vinden. Adam en Eva begingen echter nog steeds zonde, het kwaad.

Als ik ervan uitga dat de mens afstamt van Adam en Eva moet ik dus concluderen dat de mens in eerste instantie het kwaad is. Iedereen begaat immers zonde, toch kunnen sommigen van ons de weg terug naar God, het goede, vinden. Dat betekent niet dat mensen die de weg naar God, het goede, hebben gevonden, ook alleen maar goed zijn. Deze mensen begaan nog steeds zonde en zijn dus ook nog steeds het kwaad.

Laat ik op de christelijke leer verdergaan. Op het moment dat we sterven en de weg naar God gevonden hebben, komen we in de hemel. Een plek waar geen zonde, dus geen kwaad, is. Op het moment dat een mens daar komt, is hij alleen maar het goede.

Wat is filosofie?

Als eerste echte bericht van dit blog moet ik maar beginnen bij het begin en proberen antwoord te geven op de vraag: Wat is filosofie?

In het vorige bericht zei ik dat filosofie in alles schuilt. Dat betekent niet dat ook alles filosofie is. Een steen is niet gelijk aan filosofie. Wel kun je een filosofische vraag stellen over die steen. Wat maakt een steen, een steen? Deze vraag is filosofisch, maar niet echt interessant. Heeft het meerwaarde om te weten wat een steen, een steen maakt? Ik denk het niet. Wel zou je verder kunnen filosoferen op deze vraag. Een steen bestaat, dat is zeker. Een steen leeft niet, dat is zeker. Dan borrelt de vraag op: Waarom leeft een steen niet? Laat ik de vraag anders formuleren: Wat leeft? Deze vraag is naar mijn mening wel interessant en heeft meerwaarde om te weten. Als je eenmaal antwoord hebt gevonden op deze vraag, kun je er weer op verder gaan. Wat maakt het leven van een plant verschillend aan dat van een dier? En wat maakt het leven van een mens verschillend van een dier?

In principe kun je dus over alles een filosofische vraag stellen. Filosofie schuilt dus in alles, maar wat het is het nou precies? Filosofie is een wetenschap, maar niet een exacte wetenschap. Je kunt immers geen absoluut bewijs vinden voor een vraag. Wel kun je je antwoord op deze vraag verdedigen met argumenten en kun je het antwoord van anderen op een vraag aannemen of verwerpen. Al moet je dan ook beargumenteren waarom je het antwoord van iemand anders aanneemt of verwerpt.

Filosofie is dus een niet exacte wetenschap. Je kunt geen absoluut bewijs vinden voor een stelling, maar dat betekent niet dat filosofie niet belangrijk is. Filosofie geeft ons immers de mogelijkheid om na te denken over vragen en antwoord te vinden voor onszelf. Al hoeven anderen het niet met je stelling eens te zijn, je hebt toch antwoord voor jezelf gevonden.

Filosofische vragen zijn belangrijk omdat ze ons inzicht geven in wie en wat we zijn. En wat de wereld om ons heen is. Filosofie geeft ons de mogelijkheid te weten waar we vandaan komen, wie ons gemaakt heeft en waar we naartoe gaan als we dood zijn. Het is belangrijker om zelf te geloven dat je antwoord op een vraag waar is, dan anderen dat ook geloven. Je zult immers zelf de consequenties ervaren als blijkt dat je antwoord niet waar is of juist wel waar is. Als je zelf er van overtuigd bent dat je antwoord klopt, kun jij daar zeker van zijn.  En kun jij weten wat die vraag voor waarde heeft om te beantwoorden.

Filosofie van een jongen…

Wat betekent filosofie voor mij? Dit zou je al een filosofisch vraagstuk kunnen noemen. Eigenlijk betekent filosofie alles voor me. Want in alles schuilt immers filosofie. In muziek, religie, de natuur, zelfs in ieder persoon. Iedereen stelt zichzelf wel eens vragen, vragen die filosofisch genoemd kunnen worden. Waar komen we vandaan, is er een God, wat is goed en wat is kwaad? Iedereen is eigenlijk een filosoof zonder het zelf door te hebben.

Ik heb de indruk dat filosofie als een vage en moeilijke wetenschap wordt gezien. Als iets voor oude mannen en mensen die lang geleden leefden als Plato, Aristoteles en Descartes. Filosofie is zo oud als de mens en dus inderdaad heel erg oud. Maar omdat filosofie al bestaat sinds de mens bestaat, is het ook actueel. Want zolang er mensen zijn, zal er ook filosofie zijn.

Vandaag ben ik zestien jaar geworden. Ik zit dus midden in m’n puberteit. Ik merk en heb gemerkt dat de filosoof in mij zich het meest ontwikkeld heeft na m’n twaalfde jaar. In mijn puberteit ben ik anders tegen dingen gaan aankijken. Ben ik niets meer zomaar gaan aannemen, zonder er eerst zelf over nagedacht te hebben. Antwoorden op vragen die ik mezelf stel vind ik overal en nergens. In een boek, in een muziekstuk, in de bijbel. Mijn religie het christendom snijdt namelijk ook een heleboel filosofische vraagstukken aan en vindt hier ook antwoord op.

Op deze site zal ik van alles en nog wat over filosofie gaan schrijven. Over boeken, filosofie in mijn dagelijks leven en filosofische vraagstukken waar ik probeer een antwoord op te geven. Door middel van werk van andere filosofen, een religieuze oftewel theologische kijk en mijn eigen interpretatie op de vraag